Preken van Sytze de Vries De preken die Sytze de Vries houdt in de wekelijks kerkdiensten door heel het land zijn ook op schrift verkrijgbaar. Zij worden u toegezonden
De kosten hiervoor bedragen € 35,-
3 € per stuk (incl. verzendkosten) Per 5 of meer exemplaren 2 €, Opgave door middel van overmaking van het vereiste bedrag op giro 460 8 361 t.n.v. De Vertaalslag, Utrecht en-of via infovertaalslag@kpnplanet.nl Vergeet vooral niet uw volledige adres op te geven!
.oOo.
Preek bij Lukas 4, 1-13door Sytze de Vries
25 februari 2007, Bergkerk Amersfoort
Lukas 4, 1-13 (vert. sdv) Jezus keerde vol heilige geest terug van de Jordaan en werd in die geest in de woestijn geleid, terwijl hij gedurende veertig dagen beproefd werd door de duivel. Hij at in die dagen helemaal niets, en toen ze volbracht waren, kreeg hij honger. Der duivel zei tot hem: als jij een zoon van God bent, zeg dan tegen die steen, dat die brood wordt. Jezus antwoordde hem: er staat geschreven dat niet bij brood alleen een mens zal leven (Dt. 8,3) Hij, de duivel, nam hem mee en toonde hem al de koninkrijken van de wereld in een ogenblik tijd en zei: jou geef ik al die macht en al die roem, want die is mij overgeleverd en ik geef die aan wie ik wil. Als jij je dan aan mij onderwerpt, zal het alles het jouwe zijn. Jezus gaf hem als antwoord: er staat geschreven: aan de Heer uw God zult ge u onderwerpen en hem alleen aanbidden. (Dt. 6,13) Toen bracht hij hem naar Jeruzalem en zette hem op de rand van de tempel en zei: Als jij zoon van God bent, werp jezelf dan vanhier naar beneden! Want er staan geschreven zijn engelen zal hij opdragen over jou om je te behoeden. (Ps. 91,11) en ook dat ze je op handen zullen dragen, opdat jij je voet niet aan een steen stoot (Ps. 91,12) Jezus gaf hem als antwoord dat er gezegd was: De Heer uw God zult ge niet verzoeken (Dt. 6,16) Toen de duivel al zijn beproevingen had volbracht week hij van hem tot een bepaalde tijd. 1. Wat is ‘de woestijn’?Kortgeleden werd weer de rally Parijs-Dakar verreden. Mensen trotseren op benzine-kamelen dan de Sahara-woestijn, ieder voor zich, per truck, auto of motor en de TV deed dagelijks ’s avonds laat verslag. Nu interesseerde mij die rally niet zo zeer, als wel de verhalen van coureurs. Zij vertellen namelijk, als ware ervaringsdeskundigen, wat een woestijn is, en vooral, wat een woestijn met je doet. En dat is ook voor bijbellezers uit polderland nooit weg. Want wat weten wij zelf nu van ‘woestijn’, terwijl die in de bijbelse verhalen toch zo’n belangrijk decor vormen? Die coureurs zeggen in alle toonaarden dat de woestijn het terrein is ‘waar je je zelf tegenkomt, waar je je eigen grenzen leert verkennen en daar soms ook hardhandig tegenop knalt. Je kunt je er niet op voorbereiden, maar moet er wel mentaal tegen opgewassen zijn.’ De woestijn is een test-gebied, een proefterrein. Daar moet je zelf je weg vinden. Maar wat heb je om je op te oriënteren? Waar laat je je door leiden? Wat zijn je ‘basics’? Het bekende verhaal van de ‘verzoeking in de woestijn’ opent altijd klassiek de paarse weken vóór Pasen. Vanouds werd dat steevast gelezen uit het Mattheusevangelie. Maar nu dan, naar het leesrooster, uit Lukas. En als schriftuitlegger roep ik dan: Hoera! Want ik heb er altijd moeite mee gehad om bij Matheus te moeten lezen hoe het de Geest is, die Jezus de woestijn in stuurt om daar door de duivel beproefd, getest te worden. Dat klinkt mij altijd weer in de oren alsof de Geest en de duivel onder één hoedje spelen. Maar nu we Lukas met de vinger volgen, ben ik van dat probleem verlost. Want hij schrijft het anders op. Het scheelt maar één woordje, maar het is een wereld van verschil: de heilige Geest bleef hem in de woestijn leiden… De Geest is nu niet de verleider, de woestijn in, maar de geleide, de begeleider, niet de examinator, maar de gids. Leve dus de pneumatologie (de leer van H.Geest) van Lukas! Jezus komt ‘helemaal vol van God’ van de Jordaan, ondergedompeld, ook in de Geest. En hoe houdbaar het gedoopte bestaan is, dát is nu aan de orde. Het lijkt bij de ‘messiaanse opleiding’ te horen. Veertig dagen en nachten bleef Mozes op de berg, voordat hij zicht kreeg op God. Veertig dagen en nacht was Elia op de Horeb, voordat God hem weer voor ogen stond. Mozes en Elia, Wet en Profeten, als gids, als baken, als geleide en oriëntatie wanneer al het andere wegvalt. Die ‘orde van grootte’ hoort bij het volk van God, dat gaat op hoop van zegen, als Noach door het water, als Israel door de woestijn. Het getal veertig staat voor een generatie, een leven lang ´mens te zijn op aarde’. 2. Wie is de duivel?Heb ik niets om me achter te verschuilen, lege handen en een leeg, hongerend hart, dan worden de meest fundamentele vragen onontkoombaar: Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Waar ga ik naartoe? Het is de confrontatie met mijn eigen diepste behoeften: wat wil ik bereiken? Langs welke weg? En tegen welke prijs? Wat heb ik er voor over? Dat zijn precies de vragen, de grondvragen, die in dit verhaal gesteld worden door ‘de duivel’: Laat mij deze mens een testen, zo hoor je hem denken, of deze mens wel zo ‘door de Geest geleid’ wordt. Bestaat die dan nog, de duivel? Vraag dan ook meteen, of Magere Hein nog bestaat! Of Vadertje Tijd. Wij hebben het nodig om dat, wat een aanslag op ons doet, ons voor te kunnen stellen, tot een persoon te maken. Een eigen gestalte, die de bedreiging aanwijsbaar maakt. Dan wordt het ook een ‘echte’ vijand, echter dan de dood, de tijd, en ook het kwaad, waarover wij ook vrijblijvend kunnen filosoferen, omdat die geen ‘tegenover’ zijn. Zo ook krijgt gaandeweg de Schriften ‘het kwaad’ steeds meer smoel. Die bundeling van krachten en machten die verstoren, wat er tussen mensen, en tussen God en mens kan zijn, is zelden zo eenvoudig én zo krachtig in één plaatje gevangen als in die klassieke verbeelding van die slang, die zich kronkelt door de levensboom in de paradijstuin. Daar lezen we, zien we, hoe alle verhoudingen verstoord, kapot gemaakt worden. De oude kerkvaders wezen bij dit verhaal steevast twee gedragingen van de mens aan, die letterlijk de ‘boosdoeners’ zijn: de begeerte en de hoogmoed. Begeerte: het verlangen om meer te willen hebben, meer dan een ander. Hoogmoed: het verlangen om meer te willen zijn, meer dan een ander. Ooit voegde een vrouw mij toe, als een variant - een soort kerk-moeder was ze dus - ‘dominee, het gaat allemaal alleen maar om de fluit en de duit.’ Deze relatie-verstorende krachten worden dus samengevat in de gestalte van de Diabolos. In onze taal verbasterd tot ‘duivel’. Naar de letter de ‘uiteen-gooier’. Ik noem hem het liefst Stoker. 3. Wat zijn de tests?Zo wordt er gestookt ook in het hart en hoofd van Jezus, als hij alleen op zichzelf is aangewezen. En op een zwak moment: als hij honger heeft. Wij weten dat je nooit boodschappen moet doen met een lege maag, want dan kom je met allerlei overbodigs thuis. het is maar een slap voorbeeld, maar geeft toch aan hoezeer onze maag ons gedrag kan bepalen. Stoker probeert met zijn gestook dit zwakke moment uit: Waardoor laat je je leiden? Begeerte, hoogmoed, hormonen, hebzucht… Er zijn drie gebieden, waarop het dan gaat spannen, weet juist Stoker zeer wel. Het zijn: brood, macht en religie. Nog altijd drie kern-zaken, die de verhoudingen kunnen verstoren. Die ook de wortels van heel veel oorlog zijn. Wanneer ze tot verleiding worden. De vraag naar brood, dat is: een economisch monopolie. De zucht naar macht, dat is: beheersing en overheersing. En religie, dat is nogal eens de claim van de waarheid en het eigen gelijk. Deze duivel is eigenlijk een pure fundamentalist! Hij benut Bijbelteksten naar de letter. En hij legt ze uit, als ten eigen bate. En hij houdt ze Jezus voor: er staat toch in de bijbel, dat…. Maar Jezus leest de Schrift naar de geest. Hij blijkt er een andere manier van Bijbellezen op na te houden.
a. het brood De platte witte stenen, die rondzwerven in de woestijn zien er bijna net zo uit als platte gebakken broden. Daarom ligt de associatie ook zo voor de hand: je zou er zo je tanden in willen zetten, wanneer je vergaat van de honger. In het nu een verleiding om het stillen van je eigen honger voorop te stellen, en om met je mogelijkheden ook meteen je eigen behoeften te bevredigen? Als jij de zoon van God bent… Met andere woorden: haal voor je zelf uit je positie, wat er uit te halen valt! Maar zo weet Jezus zich niet geroepen, want hij pareert deze uitnodiging met een ‘half woord’ uit de Tora, waaraan ook Stoker genoeg heeft. Het ‘hele woord’ luidt: God gaf u het manna te eten, om u zo te laten weten dat een mens niet van brood alleen leeft, maar dat een mens leeft van alles wat uit de mond van de Ene uitgaat. In de woestijn laaft hij zich aan het verhaal van zijn volk, ook in de woestijn, dat het brood uit de hemel kreeg. Door daaraan te herinneren, kiest hij er voor eveneens in vertrouwen onder de hoede van de hemel te willen leven, in plaats van op eigen kracht, in plaats van gevoed door ‘wat hij er zelf van bakt’. Het woord van God is geen toverspreuk, maar het gééft en het schept leven. In het hart van de woestijn weet en gelooft hij dat hij gevoed wordt en geleid wordt.
b. de macht Misschien nog veel verleidelijker is de tweede vraag: Zou jij niet eens de baas van alles willen zijn? Mensen weten meestal wel, wat ze dan allemaal zouden doen. En vaak is dat de uitvoering van een zeer privé-verlanglijstje. Minister worden, macht bezitten is, zo hoorden we dezer dagen weer glunderend kandidaat-ministers zeggen, ‘een jongensdroom’. Hij toonde hem al de koninkrijken van de wereld. In die tijd betekent dat zoveel als: als in een flits ziet Jezus zichzelf even als de keizer van Rome, de heerser van vrijwel heel de bewoonde wereld. Mét alle macht, éér en glorie. Dat kan allemaal….als je mij aanbidt. Dat is de voorwaarde. Dat betekent dus buigen, door de knieën gaan voor het machtsdenken, dat er in deze wereldheerschappij heerst. Geloven, dat de sterkste ook de grootste is. Meegaan in die doorgaande dans van ‘baas boven baas’. Ach, zo vreemd is dat toch niet, want doorgaans noemen wij dat gewoon ‘de realiteit’. En die moeten we, zo heet het, niet uit het oog verliezen. En we worden er toch ook vrijwel dagelijks in bevestigd, dat de wereld wordt gedomineerd en geregeerd door wie de bevelen uitdelen, en het meeste geld, en dus ook de meeste wapens bezitten? Later zal Jezus het zelf ook nog eens zo tegen zijn leerlingen zeggen: Jullie weten, dat de heersers hun volken onderdrukken en dat de leiders macht over hen uitoefenen. Maar zo kan het bij jullie niet gaan: wie daar de eerste wil zijn, zal een dienaar moeten zijn… In die geest is er hier voor Jezus dan ook geen ‘jongensdroom’. Zijn roeping kan hij niet met macht en geweld uitdragen. Al hebben zijn volgelingen dat later vaak en veel wél gemeend te moeten doen. Maar zijn ‘middelen’, zo zullen we de weken die komen weer ervaren, zijn de liefde en het lijden. Dát is God aanbidden: de overmacht van de liefde erkennen. Jezus gaat de zogenaamde realiteit niet uit de weg: de duivel zegt, dat alle macht en roem hem is overgeleverd. Dat bestrijdt Jezus niet. Hij speelt alleen dat spel niet mee. Hij onderwerpt zich aan andere Macht. Hij put uit een andere Bron. Hij drinkt én schenkt van de Almacht die de liefde is.
c. de religie Zo wroet Stoker tussen God en mens. Geloof je dat nu echt, Jezus? Denk jij echt, dat die woorden van vanouds, die opgeschreven staan, waar zijn en betrouwbaar? Zullen we dan samen eens psalm 91 zingen? Dat doen we dan op de mooist denkbare locatie: op het dak van de tempel in Jeruzalem. Als je ergens zicht krijgt op de hoogte en de diepte, dan daar. Jezus heeft tot nu toe wel steeds aangegeven, hoezeer hij zich laat leiden niet door eigen dromen en verwachtingen of begeertes, maar door dát woord, dat zichzelf presenteert als ‘een lamp voor je voet’. Maar nu is daar dat fundamentalistische duiveltje: als ik spring, zullen die engelen er dan zijn om mij op te vangen? Als je gelooft, moet je toch bergen kunnen verzetten, of misschien zelfs wel voer het water lopen… Opnieuw laat Jezus zich leiden, niet door de letter, maar door de geest van de wet van Mozes: De Heer uw God zult ge niet verzoeken. Waarachtig geloof zoekt geen bewijs. Werkelijke liefde probeert de ander niet uit. Beide houdingen berusten immers op wantrouwen? Op twijfel aan de ander? De duivel probeert hier godsdienst te maken tot ‘het bewijs dat God wel/niet bestaat’. Maar Hij is alleen de Aanwezige, voor wie op hem vertrouwen. Zoals we ooit zongen: Gods verborgen omgang vinden zielen waar zijn vrees in woont. ’t heilgeheim wordt aan zijn vrinden als gena-verbond getoond… (Ps. 25 o.b.) En wie een bewijs vraagt ‘hou je nog wel genoeg van me?, ondergraaft de liefdesverhouding die geloven wil zijn. 4. Waardoor laat ik me leiden?In de woestijn, dat wil zeggen teruggebracht, gereduceerd tot op je ‘basics’, is dat de vraag: waardoor laat ik me leiden? Waardoor laat ik me leiden, als ik zo op mijzelf wordt teruggeworpen? De duivel is de stem van: geloof je wel, dat…. Jezus vertolkt de stem van: ik geloof in, ik vertrouw op… Ik leg dat nu niet nader uit. Geloven, dat…..of geloven in…. Dat is een wereld van verschil! |
